Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 23 juni 2023

Zaakgegevens

Op 23 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 juni 2023
Datum publicatie
22 juni 2023
Zaaknummer
22/01840
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:960
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 27 augustus 2021

    ECLI:NL:RBDHA:2021:11533
  2. Gerechtshof Den Haag · 10 mei 2022

    ECLI:NL:GHDHA:2022:904

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 23 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:960

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 22/01840

Datum 23 juni 2023

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE WESTLAND

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 10 mei 2022, nr. BK-21/00995, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 20/4539) betreffende van belanghebbende geheven leges.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door J. van der Velden, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland (hierna: het College), vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

Het College heeft – nadat partijen daartoe in de gelegenheid waren gesteld – een nader geschrift ingediend. Belanghebbende heeft ook een nader geschrift ingediend, maar de Hoge Raad slaat op dit stuk geen acht omdat het is ingediend na afloop van de termijn die daartoe was gesteld.

2 Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2023.

ECLI:NL:GHDHA:2022:904.