Belastingrecht

Onroerendezaakbelastingen; artikel 220, aanhef en letter a, van de Gemeentewet; staan coronamaatregelen in de…

Hoge Raad, 18 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 18 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 oktober 2024
Datum publicatie
17 oktober 2024
Zaaknummer
23/03793
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1473
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onroerendezaakbelastingen; artikel 220, aanhef en letter a, van de Gemeentewet; staan coronamaatregelen in de weg aan gebruik?

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 11 juli 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:1406
  2. Gerechtshof Den Haag · 11 juli 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:1407
  3. Conclusie A-G · 19 juli 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:768
  4. Conclusie A-G · 19 juli 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:776
  5. Conclusie A-G · 19 juli 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:778
  6. Conclusie A-G · 19 juli 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:787
  7. Hoge Raad · 18 oktober 2024

    ECLI:NL:HR:2024:1354
  8. Hoge Raad · 18 oktober 2024

    ECLI:NL:HR:2024:1471
  9. Hoge Raad · 18 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1473

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/03793

Datum 18 oktober 2024

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. (hierna: belanghebbende)

tegen

het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE REGIONALE BELASTING GROEP

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 24 augustus 2023, nr. ROT 22/5595, betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Schiedam voor het jaar 2022.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door K.A.G.M. Domen, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 19 juli 2024 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, J. Wortel, M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2024.

ECLI:NL:RBROT:2023:7845. ECLI:NL:PHR:2024:778, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2024:787. Vgl. HR 18 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1354.