Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 13 december 2024

Zaakgegevens

Op 13 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 december 2024
Datum publicatie
12 december 2024
Zaaknummer
22/04804
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1849
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 18 juni 2020

    ECLI:NL:RBZWB:2020:2621
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 november 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:3886

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 13 december 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1849

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 22/04804

Datum 13 december 2024

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 november 2022, nrs. 20/00419 tot en met 20/00435, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 17/5150 tot en met 17/5162, 17/6963, 17/6964, 20/6626 en 20/6627) betreffende de aan belanghebbende:

- over de jaren 2003 tot en met 2007 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen,

- over de jaren 2003 tot en met 2005 opgelegde navorderingsaanslagen in de premie Ziekenfondswet,

- over het jaar 2003 opgelegde navorderingsaanslag in de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen,

- voor het jaar 2008 opgelegde voorlopige aanslag en aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen,

- voor het jaar 2009 opgelegde voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, en
- de bij al deze belastingaanslagen gegeven beschikkingen inzake heffingsrente,
alsmede de aan belanghebbende:
- voor het jaar 2009 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen,
- voor de jaren 2008 en 2009 opgelegde voorlopige aanslagen en aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, en
- bij de aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2009 gegeven boetebeschikking.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door L.J. de Rijke, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2024.

ECLI:NL:GHSHE:2022:3886.