Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 22 maart 2024

Zaakgegevens

Op 22 maart 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 maart 2024
Datum publicatie
21 maart 2024
Zaaknummer
23/02599
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:473
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 10 januari 2022

    ECLI:NL:RBZWB:2022:58
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 mei 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1684

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 2 februari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:150
  4. Conclusie A-G · 2 februari 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:167
  5. Hoge Raad · 22 maart 2024

    ECLI:NL:HR:2024:472
  6. Hoge Raad · 22 maart 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:473

  7. Hoge Raad · 22 maart 2024

    ECLI:NL:HR:2024:474
  8. Hoge Raad · 22 maart 2024

    ECLI:NL:HR:2024:475
  9. Hoge Raad · 22 maart 2024

    ECLI:NL:HR:2024:476
  10. Hoge Raad · 22 maart 2024

    ECLI:NL:HR:2024:478
  11. Hoge Raad · 22 maart 2024

    ECLI:NL:HR:2024:479
  12. Hoge Raad · 22 maart 2024

    ECLI:NL:HR:2024:480

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/02599

Datum 22 maart 2024

ARREST

in de zaak van

[X]
(hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2023, nrs. 22/00284 tot en met 22/00288, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 17/4491 tot en met BRE 17/4495) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen inzake dividendbelasting.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door R.A. van der Jagt, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 2 februari 2024 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2024.

ECLI:NL:GHSHE:2023:1684. ECLI:NL:PHR:2024:150.