Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 7 juni 2024

Zaakgegevens

Op 7 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juni 2024
Datum publicatie
6 juni 2024
Zaaknummer
23/01687
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:827
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 25 maart 2021

    ECLI:NL:RBZWB:2021:1608
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 maart 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:894

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 7 juni 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:827

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/01687

Datum 7 juni 2024

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 15 maart 2023, nrs. 21/00727 tot en met 21/00731, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, (nrs. BRE 18/3904 tot en met 18/3908) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2010 tot en met 2012 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de voor de jaren 2014 en 2015 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente en de bij de voor de jaren 2014 en 2015 opgelegde aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gegeven boetebeschikkingen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door A. den Otter, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2024.

ECLI:NL:GHSHE:2023:894.