Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 24 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 24 oktober 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 oktober 2025
Datum publicatie
23 oktober 2025
Zaaknummer
24/04695
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1612
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 19 april 2023

    ECLI:NL:RBGEL:2023:2188
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 november 2024

    ECLI:NL:GHARL:2024:7109

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 24 oktober 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1612

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/04695

Datum 24 oktober 2025

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. (hierna: belanghebbende)

tegen

1. de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, van 19 november 2024, nrs. BK-ARN 23/1687 tot en met 23/1763, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 21/587, AWB 21/591 tot en met 21/593, AWB 21/595, AWB 21/597 tot en met 21/599, AWB 21/601 tot en met 21/605, AWB 21/608 tot en met 21/610, AWB 21/612 tot en met 21/615, AWB 21/617 tot en met 21/619, AWB 21/621 tot en met 21/624, AWB 21/626, AWB 21/627, AWB 21/629 tot en met 21/632, AWB 21/639, AWB 21/746, AWB 21/748 tot en met 21/750, AWB 21/754 tot en met 21/756, AWB 21/760, AWB 21/867, AWB 21/1041, AWB 21/1493, AWB 21/1494, AWB 21/1503, AWB 21/1505, AWB 21/1506, AWB 21/1509, AWB 21/1510, AWB 21/1512, AWB 21/1513, AWB 21/1515, AWB 21/1824 tot en met 21/1829, AWB 21/1986, AWB 21/1987, AWB 21/2081, AWB 21/2248, AWB 21/2757, AWB 21/3056 tot en met 21/3063, AWB 21/3070 tot en met 21/3072, en AWB 21/3085) betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door R. Lammers, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2025.

ECLI:NL:GHARL:2024:7109.