Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 7 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 7 augustus 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 augustus 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
24/04259
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1344
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 oktober 2024

    ECLI:NL:GHARL:2024:6432
  2. Hoge Raad · 7 augustus 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1344

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 24/04259

Datum 7 augustus 2026

ARREST

in de zaak van

het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE HILVERSUM

tegen

[X] B.V. (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2024, nr. BK-ARN 23/2340, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (nr. UTR 22/455) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2021.

1 Geding in cassatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende, vertegenwoordigd door D.A.N. Bartels, heeft een verweerschrift ingediend. De Hoge Raad slaat op dit stuk geen acht, aangezien het is opgesteld door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener en bij de Hoge Raad ten onrechte niet digitaal, via het webportaal van de Hoge Raad, is ingediend en van de geboden herstelmogelijkheid geen gebruik is gemaakt.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026.

Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum wordt voor de behandeling van het beroep in cassatie een griffierecht geheven.

ECLI:NL:GHARL:2024:6432.