Belastingrecht
Inkomstenbelasting. ''Rente wegen Erwerbsunfähigkeit'' in Nederland belastbaar als loon uit vroegere…
ECLI:NL:HR:1994:ZC5719 · Hoge Raad · 19 juli 1994
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-1994-zc5719
Zaakgegevens
Op 19 juli 1994 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 juli 1994
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 29704
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:1994:ZC5719
Samenvatting
Inkomstenbelasting. ''Rente wegen Erwerbsunfähigkeit'' in Nederland belastbaar als loon uit vroegere dienstbetrekking.
Uitspraak
Hoge Raad der Nederlanden
Derde kamer
Nr. 29.704
19 juli 1994
MP
ARREST
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 3 juni 1993 betreffende de hem voor het jaar 1987 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1987 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 23.116,--, en een aftrek elders belast van f 1.324,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen van f 23.090,-- met een aftrek elders belast van f 1.331,--.
De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende woonde in het onderhavige jaar in Nederland. Hij is als werknemer werkzaam geweest in de Bondsrepubliek Duitsland, alwaar hij als zodanig verplicht was verzekerd ingevolge de Reichsversicherungsordnung (hierna: RVO). De RVO voorziet onder meer in uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid (‘’Renten wegen Erwerbsunfähigkeit''). Voor werknemers is de premie in Duitsland niet aftrekbaar voor de inhouding van loonbelasting. Belanghebbende die in 1984 arbeidsongeschikt is geworden, ontvangt sedert 1 mei 1985 van het Landesversicherungsanstalt Westfalen (Duitsland) ingevolge § 1247 RVO in verband met die arbeidsongeschiktheid maandelijks een uitkering, genaamd Rente wegen Erwerbsunfähigkeit. In 1987 heeft belanghebbende in totaal f 14.880,-- aan Rente wegen Erwerbsunfähigkeit ontvangen.
3.2. Hetgeen onder 3.1 is vermeld laat geen andere gevolgtrekking toe dan dat de Rente wegen Erwerbsunfähigkeit aan belanghebbende is toegekend omdat hij op grond van de door hem vervulde dienstbetrekking op de voet van de RVO verplicht verzekerd was tegen de geldelijke gevolgen van invaliditeit en ouderdom en de noodzakelijke verzorging van nagelaten betrekkingen. Dit brengt mede dat de Rente, als berustende op een aanspraak welke berust op een pensioenregeling, althans op een aanspraak die naar aard en strekking overeenkomt met een aanspraak ingevolge de Nederlandse sociale-verzekeringswetten, in Nederland belastbaar is als loon uit vroegere dienstbetrekking. De ter zake op het loon ingehouden bedragen waren in Nederland aftrekbaar als verplichte bijdragen ingevolge een pensioenregeling, althans als bijdragen voor aanspraken als evenbedoeld. De omstandigheid dat bij de berekening van de Duitse Lohnsteuer de ingehouden bedragen niet als aftrekpost in aanmerking zijn gekomen en dat de premies wellicht ook in Nederland niet in aftrek zijn gebracht doet niet af aan de belastbaarheid van het volle bedrag van de Rente in Nederland. Derhalve heeft het Hof, zij het op andere gronden, terecht het gehele bedrag van de Rente begrepen in de grondslag waarnaar van belanghebbende de inkomstenbelasting is geheven. De van andere opvattingen uitgaande middelen falen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Urlings, Zuurmond, Herrmann en Fleers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Den Ouden, in raadkamer van 19 juli 1994.