Belastingrecht
Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad, 19 januari 2000
ECLI:NL:HR:2000:AA4328 · Hoge Raad · 19 januari 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2000-aa4328
Zaakgegevens
Op 19 januari 2000 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 januari 2000
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 34835
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2000:AA4328
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
Nr. 34835
19 januari 2000
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 29 september 1998 betreffende de hem voor het jaar 1995 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1995 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 34.262,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
Het Hof heeft de vraag of de opnames van belanghebbende in het ziekenhuis in het onderhavige jaar, 1995, als één opname in de zin van artikel 46, lid 3, letter e, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moeten worden beschouwd, gezien de duur van de onderbrekingen tussen deze opnames terecht ontkennend beantwoord. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 19 januari 2000 vastgesteld door de raadsheer Pos als voorzitter en de raadsheren Beuken-horst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Bolle, en op die datum in het openbaar uitge-sproken.