Belastingrecht
Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad, 9 november 2001
ECLI:NL:HR:2001:AD5331 · Hoge Raad · 9 november 2001
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2001-ad5331
Zaakgegevens
Op 9 november 2001 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 november 2001
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 36639
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2001:AD5331
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
Nr. 36.639
9 november 2001
FA
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4 oktober 2000, nr. 99/1677, betreffende na te melden op aangifte voldaan bedrag aan motorrijtuigenbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Belanghebbende heeft over het tijdvak 26 april 1997 tot en met 25 januari 1999 op aangifte voldaan een bedrag van f 1256 aan motorrijtuigenbelasting. Hij heeft tegen dit bedrag bezwaar gemaakt bij de Inspecteur, die het bezwaar heeft afgewezen.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. H.W.F. Klarenaar, advocaat te Dordrecht.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten richten zich tegen 's Hofs oordeel dat volgens artikel I van de Wet van 23 december 1994, Stb. 883, enkel bepalend is of de dagtekening van deel II van het kentekenbewijs vóór 1 januari 1988 ligt. Dit oordeel is gelet op de toelichting bij die wet (Kamerstukken II 1994/95, 23981, nr. 3, blz. 2 bovenaan) in verbinding met het bepaalde bij artikel VI van de Wet van 18 december 1987, Stb 580, juist. De klachten falen derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J. Zuurmond als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en P. Lourens, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2001.