Belastingrecht
Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad, 28 februari 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF5115 · Hoge Raad · 28 februari 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af5115
Zaakgegevens
Op 28 februari 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 februari 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 38243
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF5115
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
Nr. 38.243
28 februari 2003
WM
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de als uitspraak aangeduide schriftelijke mededeling van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 maart 2002 dat het verzoek van belanghebbende om vervanging van de mondelinge uitspraak van 23 maart 2001, nr. 99/03785, door een schriftelijke wordt geacht te zijn ingetrokken.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Tegen een mededeling dat een verzoek om vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke ingevolge het bepaalde in artikel 27d, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt geacht te zijn ingetrokken, stelt de wet beroep in cassatie niet open.
Aangezien het onderhavige cassatieberoep zich tegen zulk een mededeling richt, is dat beroep niet-ontvankelijk. Daaraan doet niet af dat de mededeling is gedaan in de vorm van een uitspraak en dat onder die uitspraak is vermeld dat daartegen beroep in cassatie kan worden ingesteld.
2. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2003.
Het door belanghebbende als griffierecht voor het onderhavige cassatieberoep betaalde bedrag van € 82 wordt door de Griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.