Belastingrecht
Nr. 38.064 19 december 2003 EC gewezen op het beroep in cassatie van X Holding B.V. te Z tegen de uitspraak…
Hoge Raad, 19 december 2003
ECLI:NL:HR:2003:AI0424 · Hoge Raad · 19 december 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2003-ai0424
Zaakgegevens
Op 19 december 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 december 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 38064
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AI0424
Samenvatting
Nr. 38.064 19 december 2003 EC gewezen op het beroep in cassatie van X Holding B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's Hertogenbosch van 7 februari 2002, nr. 99/30469, betreffende na te melden navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting. 1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof...
Procesgang
Hoge Raad · 19 december 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AI0424
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 december 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AI0424
Uitspraak
Nr. 38.064
19 december 2003
EC
gewezen op het beroep in cassatie van X Holding B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's Hertogenbosch van 7 februari 2002, nr. 99/30469, betreffende na te melden navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1994 een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 4.894.645. In zijn uitspraak op het bezwaar van belanghebbende heeft de Inspecteur de aanslag gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal J.A.C.A. Overgaauw heeft op 5 juni 2003 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
Belanghebbende is de oprichtster van haar dochtervennootschap Werkmaatschappij X B.V. (hierna: X BV). Bij de oprichting van X BV is bepaald dat belanghebbende in de boeken van X BV zal worden gecrediteerd indien het saldo van de ingebrachte activa en passiva groter is dan het nominale bedrag van de aandelen. Een en ander heeft geleid tot een creditering in rekening courant van belanghebbende tot een bedrag van ƒ 8.326.518. Tussen belanghebbende en X BV is met ingang van 29 december 1994 een fiscale eenheid tot stand gekomen. Deze is per 1 januari 1995 verbroken door de verkoop en levering op 11 juli 1995 door belanghebbende van de aandelen X BV aan een derde. In de koopovereenkomst is onder meer bepaald dat de koopprijs van de aandelen ƒ 500.000 bedraagt en dat de schuld van X BV aan belanghebbende ten bedrage van ƒ 6.990.000 niet eerder zal mogen worden afgelost dan na 1 januari 2001. Tegelijkertijd is belanghebbende met X BV een "overeenkomst van schuldvernieuwing" aangegaan, waarin onder meer is bepaald dat ter voorkoming van toepassing van de zestiende standaardvoorwaarde (hierna: svw) de overgedragen stille reserves gedurende zes jaar niet mogen worden betaald, zodat geen sprake is van ten goede komen in de zin van voornoemde standaardvoorwaarde, en voorts dat een deel van de rekening-courant wordt omgezet in een geldlening van belanghebbende aan X BV en dat X BV het schuldig erkende bedrag van ƒ 6.990.000 per 2 januari 2001 moet aflossen. Tussen partijen is in geschil of ten aanzien van belanghebbende de in de zestiende standaardvoorwaarde opgenomen sanctie moet worden toegepast.
3.2 Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende reeds door de aandelen in X BV binnen de termijn van zes boekjaren (vermeld onder b 1. van de zestiende standaardvoorwaarde) te vervreemden, de sanctie van die voorwaarde over zich heeft afgeroepen. Dat oordeel is juist. De middelen 1, 3 en 5, die zich tegen dit oordeel verzetten, falen derhalve.
3.3. Bovenstaand oordeel van het Hof draagt zijn beslissing tot het ongegrond verklaren van het beroep zelfstandig. De overige middelen, die opkomen tegen andere oordelen van het Hof, behoeven daarom geen behandeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, P. Lourens, C.B. Bavinck en J.W. van den Berge in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2003.