Belastingrecht
Nr. 38.935 14 november 2003 WM gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het…
ECLI:NL:HR:2003:AN8174 · Hoge Raad · 14 november 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2003-an8174
Zaakgegevens
Op 14 november 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 november 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 38935
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AN8174
Samenvatting
Nr. 38.935 14 november 2003 WM gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 20 november 2002, nr. 00/00114, betreffende na te melden aanslag in de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. 1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof...
Uitspraak
Nr. 38.935
14 november 2003
WM
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 20 november 2002, nr. 00/00114, betreffende na te melden aanslag in de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1998 een aanslag in de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen opgelegd naar een premie-inkomen van ƒ 71.219, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
Het Hof heeft in rechtsoverweging 4.4 geoordeeld: "Artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Regeling premieheffing WAZ betreft een persoongebonden faciliteit voor degene die zowel -uit hoofde van een dienstbetrekking- verzekerd is voor de geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid op grond van de WAO als op grond van de WAZ -ingeval winst wordt genoten uit hoofde van een dienstbetrekking-." Voorts heeft het Hof geoordeeld dat, nu niet in geschil is dat belanghebbende geen dienstbetrekking in de zin van de WAO vervult en zij derhalve geen winst uit hoofde van een dienstbetrekking geniet, ten aanzien van belanghebbende geen sprake is van een dubbele verzekering voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO en de WAZ en dat de bepaling van artikel 3, lid 1, aanhef en letter b, van de Regeling premieheffing WAZ in haar situatie derhalve niet van toepassing is. Deze oordelen zijn juist. De middelen falen derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2003.