Belastingrecht
Nr. 39.209 9 januari 2004 AB gewezen op het beroep in cassatie van X te Thailand tegen de uitspraak van het…
Hoge Raad, 9 januari 2004
ECLI:NL:HR:2004:AO1507 · Hoge Raad · 9 januari 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2004-ao1507
Zaakgegevens
Op 9 januari 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 januari 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 39209
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AO1507
Samenvatting
Nr. 39.209 9 januari 2004 AB gewezen op het beroep in cassatie van X te Thailand tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 5 december 2002, nr. 00/02010, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof...
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 december 2002
ECLI:NL:GHSHE:2002:AF3139Hoge Raad · 9 januari 2004deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2004:AO1507
Uitspraak
Nr. 39.209
9 januari 2004
AB
gewezen op het beroep in cassatie van X te Thailand tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 5 december 2002, nr. 00/02010, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1997 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 47.203, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Belanghebbende heeft, in het kader van de overeengekomen vervreemding van zijn panden, een bedrag van f 100.000 door middel van verrekening met de verkoopprijs van die panden aan de koper voldaan ter afkoop van zijn jegens de koper aangegane verplichting de panden te herstellen. Belanghebbende wenst dit bedrag in aftrek te brengen als op de inkomsten uit andere onroerende zaken drukkende onderhoudskosten.
3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat de uitgave van dit bedrag noch ingevolge artikel 35, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet) noch als een op de inkomsten drukkende last als bedoeld in artikel 35, lid 2, letter b, van de Wet aftrekbaar is, zulks omdat belanghebbende door betaling van voormeld bedrag niet zelf uitgaven voor kosten van onderhoud heeft gedaan, zodat geen sprake is van uitgaven voor werkzaamheden die dienden om de zaak zoals die bij de stichting of na latere verandering bestond, in bruikbare staat te houden en aldus achteruitgang en verval te voorkomen, doch van een uitgave die in de vermogenssfeer ligt.
3.3. 's Hofs hiervoor weergegeven oordeel is juist. Het middel faalt derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren J.C. van Oven en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2004.