Belastingrecht
Kunnen aanbetalingen tot aan ontbinding koopovereenkomst onder de landbouwvrijstelling vallen?
Hoge Raad, 1 oktober 2004
ECLI:NL:HR:2004:AR3100 · Hoge Raad · 1 oktober 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2004-ar3100
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 39300
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AR3100
Samenvatting
Kunnen aanbetalingen tot aan ontbinding koopovereenkomst onder de landbouwvrijstelling vallen?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 26 november 2002
ECLI:NL:GHAMS:2002:AF1516Hoge Raad · 1 oktober 2004deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2004:AR3100
Uitspraak
Nr. 39.300
1 oktober 2004
AF
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 november 2002, nr. P01/00208, betreffende na te melden aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1995 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 541.895, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
3.1. Het Hof heeft, gelet op de voorwaarden waaronder de koopovereenkomst ter zake van de landbouwgrond is gesloten, de betalingen die zijn geschied tot op het moment waarop de overeenkomst is ontbonden, beschouwd als een vergoeding voor een door belanghebbende gelopen risico enerzijds en een door de koper verkregen recht anderzijds. Het Hof heeft hieraan de gevolgtrekking verbonden dat de vergoeding niet is aan te merken als een voordeel ter zake van een waardevermeerdering van gronden als bedoeld in artikel 8 lid 1, aanhef en letter b, Wet IB 1964. Dit oordeel en die gevolgtrekking geven geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kunnen, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Zij zijn ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Middel 1 faalt.
3.2. De middelen 2 en 3 kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2004.