Belastingrecht
Toepassing artikel 62, lid 1, tweede volzin (tekst 1998). Uitleg inwerkingtredingsbepaling vervat in artikel…
Hoge Raad, 15 oktober 2004
ECLI:NL:HR:2004:AR4005 · Hoge Raad · 15 oktober 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2004-ar4005
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 40278
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AR4005
Samenvatting
Toepassing artikel 62, lid 1, tweede volzin (tekst 1998). Uitleg inwerkingtredingsbepaling vervat in artikel X van de Wet van 17 december 1998, Stb. 1998, 724, waarbij eerdervermelde tweede volzin is geschrapt.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 september 2003
ECLI:NL:GHSHE:2003:AN9094Hoge Raad · 15 oktober 2004deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2004:AR4005
Uitspraak
Nr. 40.278
15 oktober 2004
WM
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (Portugal) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 september 2003, nr. 02/03656, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1998 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 1.721.885, waarvan een bedrag van ƒ 1.657.877 belast naar het tarief van artikel 57 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
Het middel richt zich tegen het oordeel van het Hof dat de Inspecteur over het aan de orde zijnde belastingjaar 1998 overeenkomstig het toen geldende artikel 62 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 twee aanslagen mocht opleggen, één over de periode van binnenlandse belastingplicht en één over de periode van buitenlandse belastingplicht. Het middel faalt omdat het oordeel van het Hof (rechtsoverwegingen 4.1 tot en met 4.1.2) juist is.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2004.