Belastingrecht
Tonnageregeling, art. 8c Wet IB 1964, art. 3.22, lid 4, Wet IB 2001.
ECLI:NL:HR:2005:AU6020 · Hoge Raad · 11 november 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2005-au6020
Zaakgegevens
Op 11 november 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 november 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 40865
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AU6020
Samenvatting
Tonnageregeling, art. 8c Wet IB 1964, art. 3.22, lid 4, Wet IB 2001.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 23 maart 2004
ECLI:NL:GHAMS:2004:AO6235Hoge Raad · 11 november 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AU6020
Uitspraak
Nr. 40.865
11 november 2005
PV
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 maart 2004, nr. P03/01637, betreffende na te melden aanslagen in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslagen, bezwaren en geding voor het Hof
Aan belanghebbende zijn voor de boekjaren 2000/2001 en 2002/2003 onderscheidenlijk een aanslag en een voorlopige aanslag, beide in de vennootschapsbelasting, opgelegd naar belastbare bedragen van onderscheidenlijk ƒ 904.474 en € 207.216, welke aanslagen, na daartegen gemaakte bezwaren, bij afzonderlijke uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken bij afzonderlijke geschriften in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de zaken gevoegd en de beroepen ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
Het Hof heeft op goede gronden een juiste beslissing gegeven. De klachten kunnen mitsdien niet tot cassatie leiden.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2005.