Belastingrecht

Eigen woning in de zin van artikel 3.111 Wet IB 2001?, aftrek hypotheekrente, tijdelijk aan derde ter…

Hoge Raad, 26 januari 2007

Zaakgegevens

Op 26 januari 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 januari 2007
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
41750
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2007:AU8565
E-mail

Samenvatting

Eigen woning in de zin van artikel 3.111 Wet IB 2001?, aftrek hypotheekrente, tijdelijk aan derde ter beschikking gestelde woning voorafgaand aan eigen bewoning.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 26 januari 2007deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:AU8565

  2. Conclusie A-G · 26 januari 2007

    ECLI:NL:PHR:2007:AU8565

Uitspraak

Nr. 41.750

26 januari 2007

MvA

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 december 2004, nr. 03/04447, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 2001 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1) van ƒ 67.660 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) van ƒ 7.323, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal J.A.C.A. Overgaauw heeft op 24 november 2005 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden vermeld in onderdeel 3.6 van de conclusie van de Advocaat-Generaal.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren L. Monné, C.J.J. van Maanen, C.A. Streefkerk en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2007.