Belastingrecht
Artikel 4 Coördinatiewet Sociale Verzekering. PC privé-regeling met werknemersbijdrage. Verlaging van het loon?
Hoge Raad, 29 juni 2007
ECLI:NL:HR:2007:BA8035 · Hoge Raad · 29 juni 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-ba8035
Zaakgegevens
Op 29 juni 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 juni 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 614
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BA8035
Samenvatting
Artikel 4 Coördinatiewet Sociale Verzekering. PC privé-regeling met werknemersbijdrage. Verlaging van het loon?
Procesgang
Centrale Raad van Beroep · 2 maart 2006
ECLI:NL:CRVB:2006:AV5221Hoge Raad · 29 juni 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BA8035
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Nr. 614
29 juni 2007
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 maart 2006, nr. 05/389 CSV, betreffende na te melden besluiten van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: de Raad van bestuur).
1. Besluiten, bezwaren en geding voor de Rechtbank
Bij besluiten van 17 december 2003 zijn ten aanzien van belanghebbende correctienota's ingevolge de Coördinatiewet Sociale Verzekering (hierna: de CSV) vastgesteld over de jaren 2000 tot en met 2003.
De Raad van bestuur heeft de tegen vorenbedoelde besluiten gemaakte bezwaren gegrond verklaard voor zover het de hoogte van de correctie over het jaar 2000 betreft, en voor het overige ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen die beslissing beroep ingesteld bij de Rechtbank te Arnhem.
De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
2. Geding voor de Centrale Raad
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad.
De Centrale Raad heeft de aangevallen uitspraak bevestigd. De uitspraak van de Centrale Raad is aan dit arrest gehecht.
3. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad van bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Raad van bestuur heeft een conclusie van dupliek ingediend.
4. Beoordeling van de middelen
Voor zover in de bestreden oordelen van de Centrale Raad ligt besloten het oordeel dat indien een eigen bijdrage van de werknemer wordt ingehouden op het betaalde loon, dit niet noodzakelijkerwijs gevolg heeft voor de hoogte van het loon in de zin van artikel 4 van de CSV, geeft dat oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR 18 februari 1998, nr. 306, BNB 1998/100).
Het oordeel van de Centrale Raad dat in het onderhavige geval door de afspraken tussen belanghebbende en haar werknemers in het kader van een PC privé-regeling het loon niet is verlaagd, kan als van feitelijke aard ingevolge artikel 18c van de CSV in cassatie niet worden onderzocht.
De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. De klachten die zich richten tegen oordelen van de Centrale Raad over de inhoud en toepassing van het in het Besluit PC Privé neergelegde beleid vallen buiten de in artikel 18c van de CSV opgenomen cassatiegronden. Dit geldt ook voor klachten over de motivering van de uitspraak van de Centrale Raad.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
6. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2007.