Belastingrecht
Conclusie PG Belanghebbende is werkzaam bij A, als gevolg waarvan het inkomen dat belanghebbende uit deze…
ECLI:NL:HR:2008:BA9224 · Hoge Raad · 25 januari 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2008-ba9224
Zaakgegevens
Op 25 januari 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 januari 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 41045
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BA9224
Samenvatting
Conclusie PG
Belanghebbende is werkzaam bij A, als gevolg waarvan het inkomen dat belanghebbende uit deze werkzaamheden geniet, van de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting is vrijgesteld. In cassatie komt belanghebbende op tegen (a) het niet verlenen van de heffingskorting voor de volksverzekeringen en (b) tegen het niet verrekenen van een resterend verlies uit 1993 met zijn Box 3-inkomen in 2001.
A-G Overgaauw gaat in zijn conclusie alleen in op het tweede geschilpunt, omdat de vraag of een werknemer van A, die uit dien hoofde niet verzekerd en niet premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen, toch recht heeft op heffingskorting voor de volksverzekeringen, reeds aan de orde is geweest in het recente arrest van de Hoge Raad van 8 juni 2007, nr. 41.230. De weigering van verliesverrekening is gestoeld op onderdeel W Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001. In een bijlage bij zijn conclusie gaat de A-G onder andere in op de achtergrond van deze bepaling en op de vraag of de beperking van de mogelijkheid van verliesverrekening door invoering van onderdeel W in strijd is met artikel 1, 1e Protocol EVRM. In zijn conclusie geeft de A-G aan dat er geen reden is om in het onderhavige geval van de wettekst af te wijken, nu de situatie dat er onvoldoende Box 1-inkomen is om een Wet IB1964 verlies te kunnen verrekenen terwijl er wel voldoende Box 3-inkomen is, onder ogen is geweest van, en is aanvaard door, de wetgever. Verder faalt de klacht over het vermeende disproportionele effect, omdat het de rechter niet vrijstaat de innerlijke waarde of de billijkheid van de wet te beoordelen en toetsing van wetgeving in formele zin aan ongeschreven rechtsbeginselen niet mogelijk is. Voorts is schending van artikel 1, 1e Protocol EVRM niet aan de orde, omdat niet gezegd kan worden dat de bij de invoering van onderdeel W gemaakte afweging 'devoid of reasonable foundation' is. De wetgever is aldus binnen de hem toekomende 'wide margin of appreciation' gebleven.
Conclusie: ongegrondverklaring van het cassatieberoep.
Procesgang
Hoge Raad · 25 januari 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BA9224
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 januari 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BA9224
Uitspraak
Uitspraak wordt niet gepubliceerd.