Belastingrecht
Art. 8:73 Awb. Nadere uitspraak kan niet in stand blijven, nu in het hoofdgeding het beroep tegen de…
Hoge Raad, 8 februari 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC3719 · Hoge Raad · 8 februari 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc3719
Zaakgegevens
Op 8 februari 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 februari 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 43490
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC3719
Samenvatting
Art. 8:73 Awb. Nadere uitspraak kan niet in stand blijven, nu in het hoofdgeding het beroep tegen de uitspraak op bezwaar (alsnog) ongegrond is verklaard.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 1 februari 2006
ECLI:NL:GHAMS:2006:AV1218Hoge Raad · 8 februari 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC3719
(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 februari 2008
ECLI:NL:PHR:2008:AZ0890
Uitspraak
Nr. 43.490
8 februari 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Minister van Financiën tegen de nadere uitspraak als bedoeld in artikel 8:73, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 juli 2006, nr. P04/04448, betreffende het verzoek van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tot toekenning van schadevergoeding.
1. Het geding in feitelijke instantie
Het Hof heeft op 1 februari 2006 uitspraak gedaan op het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Inspecteur op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan haar opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting voor het jaar 1997. In deze uitspraak heeft het Hof het beroep gegrond verklaard en het onderzoek heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak op het verzoek van belanghebbende tot toekenning van een schadevergoeding in verband met de door haar gemaakte kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase.
Bij de nadere uitspraak van 12 juli 2006 heeft het Hof de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de door belanghebbende geleden schade tot een bedrag van € 8624. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Minister heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel
Het middel slaagt. Bij het heden in de zaak met nummer 43083 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad is met vernietiging van 's Hofs uitspraak van 1 februari 2006 het onder 1 vermelde beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur ongegrond verklaard. Zulks brengt mee dat voor toepassing van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht geen plaats is. 's Hofs op dat artikel gebaseerde uitspraak kan mitsdien niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond, en
vernietigt de nadere uitspraak van het Hof.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.J. van Amersfoort als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2008.