Belastingrecht

Art. 225 en 234 Gemeentewet. Parkeerbelasting. Gelijkheidsbeginsel. Geen invorderingsmaatregelen bij…

Hoge Raad, 12 september 2008

Zaakgegevens

Op 12 september 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 september 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07/11553
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BF0405
E-mail

Samenvatting

Art. 225 en 234 Gemeentewet. Parkeerbelasting. Gelijkheidsbeginsel. Geen invorderingsmaatregelen bij buitenlandse parkeerders. Ongeoorloofde discriminatie?

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 10 augustus 2007

    ECLI:NL:GHAMS:2007:BB4217
  2. Hoge Raad · 12 september 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BF0405

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Nr. 07/11553

12 september 2008

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 10 augustus 2007, nr. 06/00316, betreffende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.

1. Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is ter zake van het parkeren op 8 november 2004 te Q een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van de gemeente Amsterdam opgelegd. De naheffingsaanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de directeur Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam gehandhaafd.

De Rechtbank te Amsterdam heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van de klachten

Het Hof heeft op goede gronden een juiste beslissing gegeven. De klachten falen derhalve.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2008.