Belastingrecht

Art. 229, lid 1, letter b, Gemeentewet, leges, OB in de maatstaf, niet gebonden aan besluit…

Hoge Raad, 12 september 2008

Zaakgegevens

Op 12 september 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 september 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
42254
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BF0416
E-mail

Samenvatting

Art. 229, lid 1, letter b, Gemeentewet, leges, OB in de maatstaf, niet gebonden aan besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (artikel 3.2.1, onderdeel g)

Uitspraak

Nr. 42.254

12 september 2008

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 16 juni 2005, nr. 04/00575, betreffende geheven leges.

1. Het geding in feitelijke instanties

In verband met het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een bouwvergunning is van belanghebbende een bedrag aan leges geheven, welk bedrag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem is gehandhaafd.

Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard en het bedrag aan leges verminderd.

De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3. Beoordeling van de klacht

3.1. Van belanghebbende is op grond van de Legesverordening 2003 van de gemeente Arnhem (hierna: de Verordening) een bedrag aan leges geheven ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een bouwvergunning. Dat bedrag aan leges is ingevolge de Verordening gebaseerd op de aanneemsom, inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting.

3.2. In cassatie herhaalt belanghebbende de reeds voor het Hof naar voren gebrachte klacht dat de heffing van het aldus berekende bedrag aan leges in strijd is met het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Stb. 2002, 409).

3.3. Dit op artikel 40a van de Woningwet gebaseerde besluit strekt slechts tot het geven van voorschriften omtrent de wijze van inrichting en indiening van een aanvraag om een bouwvergunning, alsmede omtrent de daarbij over te leggen gegevens en bescheiden. De gemeenteraad was daarom bij zijn tariefstelling voor de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een bouwvergunning niet gebonden aan hetgeen in dat besluit of de daarbij behorende bijlage is vermeld. De klacht faalt derhalve.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2008.