Belastingrecht
Art. 25 Belastingverdrag Nederland-Italië. Non-discriminatie. Wederkerigheid. Italiaan met tweede woning in…
Hoge Raad, 20 november 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ1843 · Hoge Raad · 20 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj1843
Zaakgegevens
Op 20 november 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/01919
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ1843
Samenvatting
Art. 25 Belastingverdrag Nederland-Italië. Non-discriminatie. Wederkerigheid. Italiaan met tweede woning in Nederland.
Procesgang
Hoge Raad · 20 november 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ1843
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 november 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ1843
Uitspraak
Nr. 08/01919
20 november 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z, Italië (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Breda van 25 maart 2008, nr. AWB 07/773, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is voor het jaar 2003 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
De Rechtbank heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 18 juni 2009 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende heeft de Italiaanse nationaliteit, woont in Italië en heeft daar een woning die hem dient tot hoofdverblijf. Sinds 1990 is belanghebbende eigenaar van een onroerende zaak in Nederland (hierna: de onroerende zaak).
3.1.2. De Inspecteur heeft aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2003 opgelegd naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in Nederland als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet IB 2001 ter zake van de eigendom van de onroerende zaak.
3.2. De Rechtbank heeft geoordeeld dat de aanslag niet is opgelegd in strijd met de artikelen 6 en 25 van het Belastingverdrag Nederland-Italië van 8 mei 1990 (hierna: het Verdrag). Tegen dit oordeel richten zich de klachten.
3.3.1. Ingevolge artikel 25, lid 1, van het Verdrag wordt een onderdaan van Italië in Nederland niet aan enige belastingheffing of daarmede verband houdende verplichting onderworpen, die anders of zwaarder is dan de belastingheffing en daarmede verband houdende verplichtingen, waaraan onderdanen van Nederland onder dezelfde omstandigheden zijn of kunnen worden onderworpen.
3.3.2. Een onderdaan van Nederland zou in omstandigheden als die van belanghebbende - te weten een woning die hem dient tot hoofdverblijf in Italië en een tweede woning in Nederland - op dezelfde wijze in de Nederlandse belastingheffing worden betrokken als belanghebbende. Van discriminatie naar nationaliteit is derhalve geen sprake.
3.3.3. Artikel 25, lid 1, van het Verdrag ziet slechts op (bepaalde) verschillen in behandeling bij de belastingheffing door eenzelfde verdragsluitende Staat. Noch de verwijzing in deze bepaling naar het wederkerigheidsbeginsel, noch enige andere rechtsregel brengt mede dat Nederland en Italië over en weer gelijke belastingtarieven zouden moeten hanteren voor tweede woningen op hun grondgebied. Voor zover de klachten uitgaan van een andere opvatting, falen zij.
3.4. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, J.W.M. Tijnagel, A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2009.