Belastingrecht
Artikel 7:15, lid 2, Awb. Niet aannemelijk dat sprake is van verleende rechtsbijstand.
ECLI:NL:HR:2009:BJ7928 · Hoge Raad · 27 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj7928
Zaakgegevens
Op 27 november 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/02569
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ7928
Samenvatting
Artikel 7:15, lid 2, Awb. Niet aannemelijk dat sprake is van verleende rechtsbijstand.
Procesgang
Hoge Raad · 27 november 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ7928
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 november 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ7928
Uitspraak
Nr. 08/02569
27 november 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Alkmaar van 25 april 2008, nr. 06/3393 GGH, betreffende hem in rekening gebrachte aanmaningskosten.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is ter zake van de verzending van een aanmaning tot betaling van een aanslag in de afvalstoffenheffing en rioolrechten over het jaar 2006 door de invorderingsambtenaar van de gemeente Bergen (hierna: de Ambtenaar) een bedrag van € 6 aan kosten in rekening gebracht. De Ambtenaar heeft het daartegen gemaakte bezwaar bij uitspraak gegrond verklaard en belanghebbendes verzoek om vergoeding van kosten in verband met de behandeling van het bezwaar afgewezen.
De Rechtbank heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 3 juli 2009 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Voor de Rechtbank was in geschil of de Ambtenaar belanghebbendes verzoek om vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase terecht heeft afgewezen. In onderdeel 7 van haar uitspraak heeft de Rechtbank deze vraag bevestigend beantwoord. Daartoe heeft zij geoordeeld dat zij aannemelijk acht dat belanghebbende het bezwaarschrift zelf heeft opgesteld.
3.2. Dat oordeel is van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, zodat de daartegen gerichte klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Dit oordeel draagt de beslissing van de Rechtbank zelfstandig, zodat de tegen de onderdelen 8 en 9 van de uitspraak gerichte klachten evenmin tot cassatie kunnen leiden.
3.3. Ook de overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, J.W.M. Tijnagel, A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2009.