Belastingrecht
Artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht. Artikel 1, letter a, Besluit proceskosten bestuursrecht. Kosten voor…
ECLI:NL:HR:2009:BJ7929 · Hoge Raad · 27 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj7929
Zaakgegevens
Op 27 november 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/02570
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ7929
Samenvatting
Artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht. Artikel 1, letter a, Besluit proceskosten bestuursrecht. Kosten voor beroepsprocedure?
Procesgang
Hoge Raad · 27 november 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ7929
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 november 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ7929
Uitspraak
Nr. 08/02570
27 november 2009
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank te Alkmaar van 25 april 2008, nr. 06/2138 WOZ, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Het geding in feitelijke instantie
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z voor het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006 vastgesteld.
Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Bergen bij uitspraak de beschikking gehandhaafd.
De Rechtbank heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar geheel in stand blijven. De Rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 3 juli 2009 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Zowel belanghebbende als het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Uit onderdeel 23 van de uitspraak van de Rechtbank blijkt dat de gemachtigde A ter zitting is verschenen. Daarom had in zoverre een veroordeling in de proceskosten moeten worden uitgesproken. De huwelijksrelatie tussen belanghebbende en de gemachtigde staat daaraan niet in de weg (vgl. HR 4 oktober 1995, nr. 30628, LJN AA3107, BNB 1995/321). De klachten slagen in zoverre. Daarbij verdient opmerking dat er in cassatie van kan worden uitgegaan dat A beroepsmatig rechtsbijstand pleegt te verlenen als belastingconsulent, terwijl uit de uitspraak van de Rechtbank en de stukken van het geding niet blijkt dat de heffingsambtenaar voor de Rechtbank heeft aangevoerd dat A in deze zaak niet op zakelijke basis is opgetreden.
3.2. Voor het overige kunnen de klachten niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.3. De uitspraak van de Rechtbank kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
Op grond van de gedingstukken moet worden aangenomen dat de werkzaamheid van het door belanghebbende bij het instellen van het beroep in cassatie ingeschakelde advocatenkantoor uit niet meer heeft bestaan dan het verzenden van door belanghebbende zelf opgestelde stukken. In een zodanig geval is geen sprake van rechtsbijstand in de zin van artikel 1, letter a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Hoge Raad acht derhalve geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover daarbij een veroordeling in de proceskosten achterwege is gebleven,
veroordeelt de heffingsambtenaar van de gemeente Bergen in de kosten van het geding voor de Rechtbank aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 322, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en
gelast dat de gemeente Bergen aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 107.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, J.W.M. Tijnagel, A.H.T. Heisterkamp en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2009.