Belastingrecht
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Hoge Raad, 21 mei 2010
ECLI:NL:HR:2010:BM5140 · Hoge Raad · 21 mei 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bm5140
Zaakgegevens
Op 21 mei 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 mei 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/04470
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BM5140
Samenvatting
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Procesgang
Centrale Raad van Beroep · 29 september 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8972Hoge Raad · 21 mei 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BM5140
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Nr. 09/04470
21 mei 2010
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 september 2009, nr. 08/3083 WWB, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank te Zutphen van 14 april 2008 (nr. 06/2494 WWB) betreffende een besluit ingevolge de Wet werk en bijstand (hierna: de WWB).
1. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.
2. Beoordeling van de klachten
De in cassatie bestreden uitspraak van de Centrale Raad betreft de toepassing van de WWB.
Beroep in cassatie tegen een zodanige uitspraak kan ingevolge artikel 80 van de WWB worden ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, leden 3 tot en met 5, van de WWB.
Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze bepalingen, die betrekking hebben op het begrip gezamenlijke huishouding. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.
3. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en M.W.C. Feteris, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2010.