Belastingrecht
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 RO.
ECLI:NL:HR:2010:BO3638 · Hoge Raad · 12 november 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bo3638
Zaakgegevens
Op 12 november 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 november 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/02930
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BO3638
Samenvatting
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 juli 2009
ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5958Hoge Raad · 12 november 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BO3638
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Nr. 09/02930
21 januari 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z, Spanje (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 september 2009, nr. 08/00428, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2004 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
De Rechtbank te Breda (nr. AWB 07/4097) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Bij brief van 30 september 2010 heeft de Griffier van de Hoge Raad belanghebbende bericht dat in deze zaak op 8 oktober 2010 de beslissing in het openbaar zal worden uitgesproken. Op 6 oktober 2010 is een faxbrief van belanghebbende binnengekomen met het verzoek tot aanhouden van de zaak in afwachting van het arrest van het HvJ EU in de zaak C-345/09. De Griffier van de Hoge Raad heeft bij brief van 7 oktober 2010 aan belanghebbende bericht dat de beslissing op een nog nader te bepalen datum zal worden uitgesproken.
Belanghebbende heeft bij brief van 18 oktober 2010 verzocht het arrest van het HvJ EU in de zaak C-345/09, dat op 14 oktober 2010 gewezen is, bij de beoordeling van de zaak te betrekken.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2010.