Belastingrecht
Beslissing overeenkomstig HR 30 september 2011, nr. 10/02171, LJN BP3080, V-N 2011/49.4.
ECLI:NL:HR:2011:BU4803 · Hoge Raad · 18 november 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bu4803
Zaakgegevens
Op 18 november 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 november 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/04599
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BU4803
Samenvatting
Beslissing overeenkomstig HR 30 september 2011, nr. 10/02171, LJN BP3080, V-N 2011/49.4.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem · 14 september 2010
ECLI:NL:GHARN:2010:BN9797Hoge Raad · 18 november 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BU4803
(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
Nr. 10/04599
18 november 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 14 september 2010, nrs. 09/00175 en 09/00176, betreffende vergoeding van heffingsrente aan X B.V. te Z (hierna: belanghebbende).
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 een voorlopige aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd. Deze voorlopige aanslag is op 31 juli 2007 ambtshalve verminderd, waarbij geen heffingsrente is vergoed. Het hiertegen gerichte bezwaar is bij uitspraak van de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft de Inspecteur een beschikking genomen waarbij de te vergoeden heffingsrente op nihil is vastgesteld. Het tegen deze beschikking gemaakte bezwaar is bij uitspraak van de Inspecteur afgewezen.
De Rechtbank te Arnhem (nrs. AWB 08/189 en 08/191) heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd en bepaald dat de Inspecteur opnieuw uitspraak op bezwaar moet doen met inachtneming van haar uitspraak.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, het beroep met betrekking tot het achterwege blijven van een rentevergoeding ter gelegenheid van de ambtshalve verleende vermindering gegrond verklaard, het beroep met betrekking tot de beschikking inzake vergoeding van heffingsrente niet-ontvankelijk verklaard, en aan belanghebbende een bedrag aan te vergoeden heffingsrente toegekend. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel en ambtshalve
3.1. Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in onderdeel 4.1 van het arrest van de Hoge Raad van 30 september 2011, nr. 10/02171, LJN BP3080, V-N 2011/49.4.
3.2. Gelet op hetgeen is overwogen in onderdeel 4.1.12 van het hiervoor in 3.1 vermelde arrest moet het voor belanghebbende over het tijdvak van 1 juli 2006 tot en met 31 december 2006 opgetreden rentenadeel worden gecompenseerd. Omdat het Hof ook een vergoeding van heffingsrente heeft toegekend voor het over het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 juli 2007 opgetreden rentenadeel, vindt de Hoge Raad hierin aanleiding zijn uitspraak in zoverre te vernietigen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond, en vernietigt de uitspraak van het Hof, doch uitsluitend voor zover daarbij een vergoeding van heffingsrente is toegekend over de periode 1 januari 2007 tot en met 31 juli 2007.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel, A.H.T. Heisterkamp, M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2011.