Belastingrecht

Art. 3.127 Wet IB 2001. Ongelijke behandeling pensioenen en lijfrenten. Geen schending discriminatieverbod.

Zaakgegevens

Op 12 oktober 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 oktober 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/05685
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BW9817
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 3.127 Wet IB 2001. Ongelijke behandeling pensioenen en lijfrenten. Geen schending discriminatieverbod.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 12 oktober 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BW9817

  2. Conclusie A-G · 12 oktober 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BW9817

Uitspraak

12 oktober 2012

nr. 11/05685

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X-Y te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 november 2011, nr. BK-11/00040, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende heeft tegen voormelde uitspraak beroep ingesteld bij de Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 10/2286 IB/PVV). De Rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en, naar de Hoge Raad begrijpt, het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 12 juni 2012 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de klachten

De klachten falen op de gronden weergegeven in het heden in de zaak 11/05684 gewezen arrest, waarvan een kopie aan dit arrest is gehecht.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, M.W.C. Feteris, R.J. Koopman en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2012.