Belastingrecht

Procesrecht. Art. 8:61 Awb. Klachten over proces-verbaal van de zitting verworpen.

Hoge Raad, 26 oktober 2012

Zaakgegevens

Op 26 oktober 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 oktober 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/05003
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BY1238
E-mail

Samenvatting

Procesrecht. Art. 8:61 Awb. Klachten over proces-verbaal van de zitting verworpen.

Procesgang

  1. Rechtbank Breda · 30 juni 2010

    ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2047
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 oktober 2011

    ECLI:NL:GHSHE:2011:BV0854

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 26 oktober 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BY1238

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

26 oktober 2012

nr. 11/05003

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 oktober 2011, nr. 10/00559, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is voor het jaar 2007 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

De Rechtbank te Breda (nr. AWB 09/3945) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag naar - voor zover in cassatie van belang - een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil.

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 851.656. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3. Beoordeling van de middelen

3.1. Middel 1 behelst de klachten dat door belanghebbende en zijn gemachtigde ter zitting afgelegde verklaringen niet dan wel niet juist zijn weergegeven in het door het Hof van de zitting opgemaakte proces-verbaal, zodat het Hof ten onrechte geen gevolg heeft gegeven aan het verzoek dat belanghebbende na de ontvangst van de uitspraak van het Hof heeft gedaan om het proces-verbaal aan te passen. Deze klachten kunnen niet tot cassatie leiden aangezien de vastlegging en vaststelling van hetgeen ter zitting is voorgevallen aan het Hof zijn voorbehouden en 's Hofs uitspraak en het proces-verbaal niet onbegrijpelijk zijn.

Gelet op dit een en ander kan in cassatie ook niet met vrucht worden geklaagd over de beslissing van het Hof om het proces-verbaal niet aan te passen.

3.2. De overige middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.B. Bavinck als voorzitter, en de raadsheren C.H.W.M. Sterk en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2012.