Belastingrecht
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie. Beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard met toepassing…
Hoge Raad, 9 november 2012
ECLI:NL:HR:2012:BY2669 · Hoge Raad · 9 november 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2012-by2669
Zaakgegevens
Op 9 november 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 november 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12/03443
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BY2669
Samenvatting
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie. Beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van art. 80a Wet RO.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 31 mei 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0242Hoge Raad · 9 november 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BY2669
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
9 november 2012
nr. 12/03443
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 31 mei 2012, nrs. 10/00283 en 10/00286 tot en met 10/00289, betreffende de aan belanghebbende bij beschikking in rekening gebrachte heffingsrente met betrekking tot de voor de jaren 2003 tot en met 2006 aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De uitspraak van het Hof en het beroepschrift in cassatie zijn aan dit arrest gehecht.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
2. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2012.