Belastingrecht

CONCLUSIE PG Belanghebbende dreef samen met zijn echtgenote in maatschapsverband een agrarische onderneming…

Hoge Raad, 27 november 2012

Zaakgegevens

Op 27 november 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 november 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
CPG 12/00244
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BY6883
E-mail

Samenvatting

CONCLUSIE PG

Belanghebbende dreef samen met zijn echtgenote in maatschapsverband een agrarische onderneming. Bij de staking van de onderneming heeft belanghebbende een bouwkavel aan het ondernemingsvermogen onttrokken en een vergoeding voor belastingschade ontvangen. Het eerste geschilpunt betreft de vraag of en in hoeverre de onttrekking van de bouwkavel belast is. Het tweede geschilpunt betreft de vraag of de ontvangen vergoeding uit de Regeling bedrijfshervestiging en -beëindiging (Rbb) onbelast dient te blijven.

Onttrekking bouwkavel

De Hoge Raad heeft in de zogenaamde 7 mei 2004-arresten geoordeeld dat bij onttrekking van grond voor de bouw van een bedrijfswoning de waarde in het economisch verkeer bij agrarische bestemming (WEVAB) niet bepaald moet worden uitgaande van de bestemming tot ondergrond bedrijfswoning doch van de bestemming van die grond direct voorafgaand aan de bestemming tot ondergrond bedrijfswoning (WEVAB cultuurgrond). De staatssecretaris heeft in zijn Besluit van 8 maart 2006 te kennen gegeven dat nog eenmaal gebruik gemaakt kan worden van de zogenaamde fictieve WEVAB ondergrond woning indien de woning met ondergrond per 31 december 2005 wordt onttrokken aan het ondernemingsvermogen. Dit besluit was echter niet van toepassing op belanghebbende, omdat hij een bouwkavel in 2002 -voor de inwerkingtreding van het besluit- naar privé heeft overgebracht. Gezien het arrest van de Hoge Raad van 20 april 2012 kan belanghebbende zich met toepassing van het gelijkheidsbeginsel beroepen op het besluit van 8 maart 2006. Hiermee valt het verschil tussen de WEVAB cultuurgrond en WEVAB ondergrond woning onder de landbouwvrijstelling. Het besluit behelst niet een goedkeuring dat ook de waardesprong van WEVAB ondergrond woning naar WEV ondergrond woning is vrijgesteld. Uit de overgelegde gedingstukken blijkt niet dat de WEVAB ondergrond woning is vastgesteld. Verwijzing moet volgen teneinde vast te stellen wat - rekeninghoudend met het besluit van 8 maart 2006 - de (fictieve) WEVAB ondergrond woning op het moment van onttrekking is.

Rbb-vergoeding

Belanghebbende heeft een Rbb-vergoeding ontvangen voor de verkoop van grond en het afstand doen van zijn pachtrecht. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 26 november 2010 geoordeeld dat de Rbb-vergoeding deel uitmaakt van de tegenprestatie voor de levering van de grond. De A-G concludeert dat voor zover belanghebbende de vergoeding heeft ontvangen voor het afstand doen van het pachtrecht deze niet kan zien op een tegenprestatie voor de verkoop van grond. Voorts bepleit belanghebbende dat de Rbb-vergoeding onbelast dient te blijven, omdat een vergoeding uit hoofde van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 ook onbelast is. Gezien de wezenlijk verschillende doelstellingen van deze regelingen slaagt dit beroep op het gelijkheidsbeginsel niet. Tevens heeft belanghebbende in feitelijke instantie niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een vergoeding voor het eerder of meer heffen van belasting. De Rbb-vergoeding (inclusief de component voor belastingschade) is volledig belast.

De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden verklaard en dat het geding wordt verwezen.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem · 29 november 2011

    ECLI:NL:GHARN:2011:BU7716
  2. Hoge Raad · 27 november 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BY6883

  3. Conclusie A-G · 27 november 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BY6883
  4. Hoge Raad · 29 november 2013

    ECLI:NL:HR:2013:1362

    Conclusie gevolgd · (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

Derde kamer - uitspraak volgt