Belastingrecht

art. 14 EVRM; art. 1 Twaalfde Protocol bij het EVRM; art. 26 IVBPR; art. 14, lid 2, Wet BRV. Tariefsverlaging…

Hoge Raad, 6 december 2013

Zaakgegevens

Op 6 december 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 december 2013
Datum publicatie
27 november 2013
Zaaknummer
12/05062
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:1435
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

art. 14 EVRM; art. 1 Twaalfde Protocol bij het EVRM; art. 26 IVBPR; art. 14, lid 2, Wet BRV. Tariefsverlaging in de overdrachtsbelasting geldt niet voor grond indien nog geen fundering is gelegd. Geen discriminatie.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 juli 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:772
  2. Hoge Raad · 6 december 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:1435

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

6 december 2013

nr. 12/05062

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 februari 2013, nr. AWB 12/718, betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.

1 Het geding in feitelijke instantie

Belanghebbende heeft ter zake van de verkrijging van een onroerende zaak op aangifte een bedrag aan overdrachtsbelasting voldaan. Belanghebbende heeft tegen de voldoening van dit bedrag bezwaar gemaakt en verzocht om teruggaaf, welk verzoek bij uitspraak van de Inspecteur is afgewezen.

De Rechtbank heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft bij twee geschriften een conclusie van repliek ingediend.

De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 26 juli 2013 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

3 Beoordeling van de klachten

De klachten van belanghebbende slagen niet op de gronden weergegeven in het heden in de zaak met nummer 12/05060 gewezen arrest, waarvan een kopie aan dit arrest is gehecht.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, P.M.F. van Loon, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2013.