Belastingrecht

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard

Zaakgegevens

Op 6 december 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 december 2013
Datum publicatie
5 december 2013
Zaaknummer
13/02764
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:1668
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard

Uitspraak

Inhoudsopgave

6 december 2013

Nr. 13/02764

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 18 april 2013, nr. 11/00741, betreffende de aan belanghebbende ter zake van haar verkrijging uit de nalatenschap van [A] opgelegde aanslag in het recht van successie.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.

Bij aangetekende brief van 18 juni 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2013.