Belastingrecht

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard

Zaakgegevens

Op 9 augustus 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 augustus 2013
Datum publicatie
9 augustus 2013
Zaaknummer
12/05088
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:472
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard

Uitspraak

Inhoudsopgave

9 augustus 2013

nr. 12/05088

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 september 2012, nrs. 11/00775,11/00776,11/00777 en 11/00778, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2004 tot en met 2007 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij opgelegde boeten.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 maart 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 2 mei 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn faxbericht van 29 mei 2013 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.

Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 2, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.