Belastingrecht

De HR verklaart het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk.

Hoge Raad, 18 oktober 2013

Zaakgegevens

Op 18 oktober 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 oktober 2013
Datum publicatie
21 oktober 2013
Zaaknummer
13/02802
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:996
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De HR verklaart het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk.

Uitspraak

18 oktober 2013

nr. 13/02802

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 14 mei 2013, nr. BK-11/00801, betreffende een verzoek om teruggaaf van inkomstenbelasting over het tijdvak 1998 tot en met 2000.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2013.