Belastingrecht
Conclusie PG: A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/02792. Aan belanghebbende zijn…
ECLI:NL:HR:2013:CA3924 · Hoge Raad · 30 mei 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2013-ca3924
Zaakgegevens
Op 30 mei 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 mei 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- CPG 12/02792
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:CA3924
Samenvatting
Conclusie PG:
A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 12/02792. Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2002 en 2003 aanslagen IB/PVV opgelegd met correcties en boeten in verband met het voorkomen van belanghebbendes naam op een microfiche met rekeninghouders bij de KB-LUX bank. Over de jaren 1990 tot 2000 is vanwege het microfiche reeds geprocedeerd tot aan de Hoge Raad en in die procedure zijn de aanslagen voor wat betreft de hoogte van de belasting onherroepelijk vast komen te staan.
Er volgt eveneens bezwaar, beroep, hoger beroep en cassatieberoep over de aanslagen die zijn opgelegd voor de jaren 2002 en 2003. Het geschil betreft de vraag of de bewijslast in 2002 en latere jaren nog steeds mag worden omgekeerd en verzwaard op basis van een vermoeden dat is ontleend aan de gegevens op het microfiche die dateren uit 1994.
De A-G merkt op dat de feitelijke oordelen dat belanghebbende een rekening heeft gehad, dat daar mogelijk nog andere rekeningen aan gekoppeld zijn en dat daar nog steeds een tegoed op staat allen berusten op het microfiche. De in belanghebbendes geval toegepaste bewijsketen gaat in wezen uit van de gedachte dat belanghebbende in de beste positie verkeert om te bewijzen hoe de feiten werkelijk zijn.
Aan belanghebbende kan worden toegegeven dat bewijs leveren van wat niet is, in de regel lastig is. Dat neemt niet weg dat hij de bank kan verzoeken te verklaren dat hij geen cliënt van de bank is. Zou de bank verklaren dat dergelijke verzoeken niet worden gehonoreerd, dan zou de feitenrechter daaruit althans kunnen afleiden dat belanghebbende in een onmogelijke bewijspositie verkeert. Uit de vastgestelde feiten en het dossier blijkt echter niet dat belanghebbende in de onderhavige procedure op genoemde of andere wijze heeft getracht bewijs voor zijn stelling te leveren.
Een en ander neemt niet weg dat de bewijsvoering die aan de onderhavige aanslag ten grondslag ligt, niet strikt sluitend is en dat de kracht van het bewijs voor latere jaren steeds verder afneemt. Naar het de A-G voorkomt ligt het op de weg van de feitenrechters om te beoordelen wanneer de keten te zwak wordt om het bewijs nog te dragen.
De A-G concludeert tot ongegrondverklaring van belanghebbendes cassatieberoep.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 3 mei 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5425Hoge Raad · 30 mei 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:CA3924
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 mei 2013
ECLI:NL:PHR:2013:CA3924Hoge Raad · 1 november 2013
ECLI:NL:HR:2013:1017Conclusie gedeeltelijk contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
Derde kamer - uitspraak volgt