Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Zaakgegevens

Op 13 juni 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juni 2014
Datum publicatie
12 juni 2014
Zaaknummer
14/01103
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:1400
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Centrale Raad van Beroep · 15 januari 2014

    ECLI:NL:CRVB:2014:40
  2. Hoge Raad · 13 juni 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:1400

Uitspraak

Inhoudsopgave

13 juni 2014

nr. 14/01103

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 januari 2014, nr. 12/1807 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam(nr. 11/4825) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene ouderdomswet.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2014.