Belastingrecht

Art. 3.120, lid 1, letter b, Wet IB 2001; Erfpachtconstructie. GrondwaardePlan B.V..

Hoge Raad, 10 oktober 2014

Zaakgegevens

Op 10 oktober 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 oktober 2014
Datum publicatie
9 oktober 2014
Zaaknummer
13/03225
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:2926
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 3.120, lid 1, letter b, Wet IB 2001; Erfpachtconstructie. GrondwaardePlan B.V..

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:GHAMS:2013:3131
  2. Conclusie A-G · 22 mei 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:483
  3. Hoge Raad · 10 oktober 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:2926

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie contrair

Uitspraak

10 oktober 2014

Nr. 13/03225

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 mei 2013, nr. 11/00887, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 10/1661), betreffende aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2005 en 2006. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 22 mei 2014 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.

De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel faalt op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 13/02758 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, R.J. Koopman, Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2014.