Belastingrecht
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
ECLI:NL:HR:2014:3589 · Hoge Raad · 12 december 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2014-3589
Zaakgegevens
Op 12 december 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 december 2014
- Datum publicatie
- 11 december 2014
- Zaaknummer
- 14/04021
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:3589
Samenvatting
HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Procesgang
Centrale Raad van Beroep · 6 augustus 2014
ECLI:NL:CRVB:2014:2675Hoge Raad · 12 december 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:3589
Uitspraak
Inhoudsopgave
12 december 2014
Nr. 14/04021
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 augustus 2014, nr. 14/545 WW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel (nr. 13/211) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Werkloosheidswet.
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad als de onderhavige.
Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Dit houdt tevens in dat de Hoge Raad niet in zal gaan op nader van belanghebbende ingekomen stukken.
Daarenboven is namens belanghebbende een verzoek om wraking ingediend.
Bij beslissing van 5 december 2014, nr. 14/05387 is het verzoek tot wraking afgewezen. Voorts heeft de Hoge Raad in zijn beslissing bepaald dat een volgend verzoek tot wraking in de onderhavige zaak niet in behandeling wordt genomen.
2 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2014.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 122 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.