Belastingrecht
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
Hoge Raad, 28 februari 2014
ECLI:NL:HR:2014:433 · Hoge Raad · 28 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2014-433
Zaakgegevens
Op 28 februari 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 februari 2014
- Datum publicatie
- 27 februari 2014
- Zaaknummer
- 13/03964
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:433
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:4195Hoge Raad · 28 februari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:433
Uitspraak
28 februari 2014
Nr. 13/03964
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 2 juli 2013, nr. BK-12/00836, betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klacht geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2014.