Belastingrecht
Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht
Hoge Raad, 4 april 2014
ECLI:NL:HR:2014:820 · Hoge Raad · 4 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2014-820
Zaakgegevens
Op 4 april 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2014
- Datum publicatie
- 3 april 2014
- Zaaknummer
- 13/05920
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:820
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 80a RO
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:5046Hoge Raad · 4 april 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:820
Uitspraak
4 april 2014
Nr. 13/05920
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], Duitsland, domicilie gekozen hebbende te [Q], (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 24 oktober 2013, nr. 13/00570, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2003 en 2004 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.
2 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2014.