Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond, zie ook 13/03284.

Hoge Raad, 11 april 2014

Zaakgegevens

Op 11 april 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 april 2014
Datum publicatie
10 april 2014
Zaaknummer
13/03285
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:883
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie ongegrond, zie ook 13/03284.

Uitspraak

11 april 2014

Nr. 13/03285

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 29 mei 2013, nrs. BK-12/00324 en 12/00325, betreffende naheffingsaanslagen in de verpakkingenbelasting.

1 Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 alsmede over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 een naheffingsaanslag in de verpakkingenbelasting opgelegd, welke naheffingsaanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.

De Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 11/7752) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep gegrond verklaard en de uitspraken van de Inspecteur alsmede de naheffingsaanslagen vernietigd.

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard.

2 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ‘s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3 Beoordeling van de middelen

De middelen falen op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 13/03284 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2014.