Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Zaakgegevens

Op 10 juli 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juli 2015
Datum publicatie
9 juli 2015
Zaaknummer
15/00255
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1851
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 december 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:9459
  2. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:RBNNE:2014:1574

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 10 juli 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1851

Uitspraak

Inhoudsopgave

10 juli 2015

Nr. 15/00255

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 december 2014, nr. 14/00378, betreffende twee aan belanghebbende voor het jaar 2013 gegeven beschikkingen als bedoeld in artikel 3.156, lid 1, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Verklaring arbeidsrelatie (VAR)).

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2015.