Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2015
Datum publicatie
8 oktober 2015
Zaaknummer
15/02581
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3004
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:RBNHO:2013:12522
  2. Gerechtshof Amsterdam · 16 april 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:1725

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 9 oktober 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3004

Uitspraak

Inhoudsopgave

9 oktober 2015

Nr. 15/02581

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] CV te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 april 2015, nrs. 14/00016, 14/00017 en 14/00018, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. AWB 13/1560, AWB 13/1562 en AWB 13/1563) betreffende de aan belanghebbende over de tijdvakken 1 april 2012 tot en met 30 april 2012 en 1 mei 2012 tot en met 31 mei 2012 opgelegde naheffingsaanslagen in de loonbelasting/premie volksverzekeringen, alsmede de daarbij gegeven boetebeschikkingen, en de over het tijdvak 1 juni 2012 tot en met 30 juni 2012 gegeven boetebeschikking.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 18 juli 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 18 augustus 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL eveneens is afgehaald op de afhaallocatie, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2015.