Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Hoge Raad, 30 oktober 2015

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 oktober 2015
Datum publicatie
29 oktober 2015
Zaaknummer
15/02945
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3189
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Uitspraak

30 oktober 2015

nr. 15/02945

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 juni 2015, nr. AWB 14/1935, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 8 oktober 2014.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2015.