Belastingrecht
Inkomstenbelasting. Artikel 3.8 Wet IB 2001. Etikettering van een splitsbaar pand dat tot de aankoop door…
ECLI:NL:HR:2015:560 · Hoge Raad · 13 maart 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2015-560
Zaakgegevens
Op 13 maart 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 maart 2015
- Datum publicatie
- 12 maart 2015
- Zaaknummer
- 14/02143
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:560
Samenvatting
Inkomstenbelasting. Artikel 3.8 Wet IB 2001. Etikettering van een splitsbaar pand dat tot de aankoop door ondernemer door hem werd gehuurd en waarvan de benedenverdieping al binnen de onderneming werd gebruikt en de bovenverdieping leeg stond en vervolgens aan derden werd verhuurd. Was de bovenverdieping verplicht privévermogen? Bewijslastverdeling.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 16 mei 2013
ECLI:NL:RBDHA:2013:7379Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:1773Hoge Raad · 13 maart 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:560
(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Gerechtshof Amsterdam · 20 oktober 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:5653Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Hoge Raad · 8 juli 2016
ECLI:NL:HR:2016:1422
Uitspraak
Inhoudsopgave
13 maart 2015
nr. 14/02143
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 18 maart 2014, nr. BK-13/00506, op het hoger beroep van [X-Y] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 12/3620) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1 Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van ’s Hofs uitspraak
’s Hofs uitspraak kan niet in stand blijven op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 14/02141 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht. Verwijzing moet volgen voor een onderzoek in volle omvang.
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2015.