Belastingrecht

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Zaakgegevens

Op 3 april 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 april 2015
Datum publicatie
2 april 2015
Zaaknummer
14/05916
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:834
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:RBZWB:2013:6099
  2. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:RBZWB:2013:6100
  3. Centrale Raad van Beroep · 7 oktober 2014

    ECLI:NL:CRVB:2014:3353

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Hoge Raad · 3 april 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:834

Uitspraak

Inhoudsopgave

3 april 2015

Nr. 14/05916

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X1] en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 oktober 2014, nrs. 13/5039 WWB en 13/5092 WWB, op de hoger beroepen van belanghebbenden tegen de uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. 13/1706 en 13/1707) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg ingevolge de Wet werk en bijstand.

1 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat het voorgestelde middel geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2015.