Belastingrecht

Hoge Raad · Cassatie · Belastingrecht

Zaakgegevens

Op 12 augustus 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 augustus 2016
Datum publicatie
11 augustus 2016
Zaaknummer
16/00004
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:1908
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:RBZWB:2014:3849
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 november 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:4618

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 12 augustus 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:1908

  4. Hoge Raad · 16 februari 2024

    ECLI:NL:HR:2024:250

Uitspraak

Inhoudsopgave

12 augustus 2016

nr. 16/00004

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 november 2015, nrs. 14/00709 en 14/00710, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. AWB 12/2543 en AWB 12/2544) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2008 en 2009 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2016.